2.6 Visiekaart
De door ons voorgestane ontwikkelingen zijn verbeeld op de visiekaart. Dit is een globale kaart, passend bij het abstractieniveau van de visie. De legenda-eenheden worden hierna toegelicht.



I. Stedelijk gebied
Op de visiekaart zijn de voor het stedelijk gebied belangrijkste ontwikkelingen in beeld gebracht. Het is geen limitatieve weergave. Voor het stedelijk gebied onderscheiden we op de visiekaart de volgende ontwikkelingen.

(Groot)stedelijk vestigingsmilieu
Van een grootstedelijk vestigingsmilieu is sprake in de centra van Utrecht en Amersfoort en bij realisering ook in Leidsche Rijn Centrum, terwijl op de langere termijn de A12 zone in dit opzicht potentie heeft. Juist de combinatie en verscheidenheid aan functies en hoogwaardige voorzieningen biedt kansen voor diverse soorten van bedrijvigheid. Een stedelijk vestigingsmilieu is aanwezig in de kleinere steden. Hier doet zich, op een lager schaalniveau, hetzelfde voor.

Campusmilieu
Het campusmilieu heeft Utrecht Science Park als centrum en bevat huidige of toekomstige “satellieten” in de nabijheid (Utrecht-centrum, Rijnsweerd, De Bilt, vm. RIVM-terrein, Amersfoort). Hier is sprake van een clustering van bedrijven en instellingen die gebruik maken van elkaars kennis en voorzieningen. Met FoodValley (Campusmilieu Wageningen ), Delft en Leiden is er vooral op het gebied van life science en duurzaamheid een relatie, met Amsterdam en Hilversum ligt die relatie meer op het vlak van de creatieve industrie en de media. Al deze clusters maken direct of indirect onderdeel uit van de topsectoren waar het Rijk met betrekking tot de economische ontwikkeling prioriteit legt.

Relaties met andere regio’s
Als centraal in Nederland gelegen provincie zijn er relaties met alle omliggende gebieden. In economisch opzicht zijn vooral de relaties binnen de Noordvleugel van de Randstad (Amsterdam-Almere) en met Food Valley van belang.

Voorgenomen stedelijke ontwikkeling
Voor de PRS-periode gaan wij uit van een woningbouwprogramma van 68.000 woningen. Dit programma is gebaseerd op de Ontwikkelingsvisie NV Utrecht, de ruimtelijke mogelijkheden, de beschikbare plancapaciteit, de ambities van gemeenten en de gemiddelde woningproductie in de afgelopen jaren.
De meest omvangrijke locaties voor wonen (vanaf 1000 woningen) zijn op de visiekaart aangegeven. Daarbij maken we onderscheid tussen de binnenstedelijke opgave per gemeente en uitbreidingslocaties. De locaties zijn indicatief aangegeven.

Voor de in onze provincie gevestigde bedrijven zijn de belangrijkste werklocaties aangegeven. Deze locaties willen wij geschikt houden voor bedrijfsvestiging.

A12 zone
De A12 zone is een van de laatste potentiële grote transformatie- en verdichtingslocaties in de provincie voor na 2030. In het Verstedelijkingsperspectief A12 Centraal (mei 2011) is een kansrijk en waardevol wenkend perspectief beschreven: de stip op de horizon. Het gebied kan zich op de langere termijn ontwikkelen tot een multifunctioneel woonwerkgebied in het hart van een aaneengesloten metropolitane regio. Een gebied dat met de auto goed bereikbaar is, maar ook met tram en fiets. De zone kan daarmee substantieel bijdragen aan de economische kracht van de regio.
Voor de langere termijn is dit een realistisch perspectief, met veel flexibiliteit. In de periode van de Structuurvisie willen wij voorkomen dat dit ontwikkelperspectief verloren gaat. De aandacht gaat nu uit naar het oplossen van lokale knelpunten, waarbij lokale partijen aan zet zijn.

Verbinding Almere – Utrecht - Breda
De relatie met Almere is belangrijk. Dit wordt immers een stad met meer dan 300.000 inwoners. Een deel van de woningbouw in Almere draagt bij aan het verminderen van de druk op de Utrechtse woningmarkt. Om deze redenen is een goede verbinding tussen Utrecht (regio’s Utrecht en Amersfoort) en Almere gewenst, zowel per openbaar vervoer als per auto. De relaties op de as Utrecht-Almere zijn echter zwaarder en geven wij prioriteit.
Onder meer om de druk op de A27 te verminderen is ook de aanleg van de ontbrekende OV-schakel tussen Utrecht en Breda gewenst. Aanleg van een spoorverbinding Almere – Utrecht – Breda valt niet te verwachten in deze structuurvisieperiode. Ontwikkelingen die de aanleg van de railverbinding onmogelijk maken of ernstig belemmeren willen wij echter voorkomen. Zodra meer bekend is over het beoogde tracé zullen wij geen ruimtelijk onomkeerbare beslissingen nemen die dit tracé belemmeren.

II. Landelijk gebied
De door ons voorgenomen ontwikkeling voor het landelijk gebied is op de visiekaart op gebiedsniveau aangeduid via koersen. Deze geven het hoofdaccent aan van de voorgestane ontwikkeling. Ze bepalen geen functies, maar schetsen een ontwikkelingsrichting voor een combinatie van functies. De grenzen van de koersen zijn signaleringsgrenzen waaraan gemeenten indien zij dit willen nader invulling kunnen geven. Het is gewenst dat de grotere ruimtelijke ontwikkelingen bijdragen aan de koers. Voor het landelijk gebied onderscheiden we op de visiekaart de volgende ontwikkelingen.

Westelijk veenweidegebied en Eemland
Het Westelijk veenweidegebied (in het Groene Hart) en Eemland zijn overwegend open agrarische weidegebieden waarin de verschillende fasen van de ontginning helder leesbaar zijn, met patronen en structuren die door de eeuwen heen nagenoeg ongewijzigd zijn gebleven. Grote delen ervan zijn daarom cultuurhistorisch waardevol. Net zoals overal in het landelijk gebied van de provincie wordt ook hier gewoon gewoond en gewerkt. Toch stralen deze gebieden rust en ruimte uit. Ze lenen zich daarom vooral voor rustige vormen van recreatie, zoals wandelen, fietsen, kanoën en toervaren. Dankzij de openheid en hoge waterpeilen zijn delen van deze gebieden in trek bij weidevogels. De kracht voor de natuur ligt verder vooral besloten in de rijkdom aan water, moerasgebieden en natte graslanden. In het gebied liggen een aantal belangrijke toekomstige natuurgebieden uit het Akkoord van Utrecht.
Van oudsher kennen de zones langs de Vecht en de Oude Rijn en, in mindere mate, de Hollandse IJssel een grotere dynamiek dan de aangrenzende veenweidegebieden. De buitenplaatszones langs de Vecht zijn cultuurhistorisch van bijzondere waarde. Wij bieden ruimte voor ontwikkeling om deze waarde in stand te houden. De rivieren en hun oevers vormen de oudste transport- en vestigingsassen van het Groene Hart. De Vecht en de Oude Rijn worden nu geflankeerd door moderne transportassen: de spoorlijnen, snelwegen en het Amsterdam-Rijnkanaal. De zones langs de rivieren bieden ruimte voor een breed scala van functies.
In de kracht van de veenweidegebieden schuilt ook de kwetsbaarheid. Ze zijn dooraderd met een netwerk van smalle wegen, boerderijenlinten, kades en weteringen. Extra zorg is nodig voor het behoud van de landschappelijke karakteristiek en de cultuurhistorische waarden. Dit zijn de gebieden bij uitstek waar we er alert op moeten zijn dat de juiste ontwikkelingen met de juiste maat en schaal op de juiste plek landen. Voor ontwikkelingen die die maat en schaal te boven gaan is hier geen plaats.
Er zijn twee belangrijke uitdagingen in de veenweidengebieden: het bieden van ruimte voor de ontwikkeling van de melkveehouderij, inclusief schaalvergroting, en het substantieel afremmen van de bodemdaling.

Heuvelrug en de Vinkeveense Plassen
De Heuvelrug, het op een na grootste bosgebied van Nederland, biedt meer dan bos. Het is van belang voor onze drinkwatervoorziening. Het kent veel, deels verborgen historische lagen. Dankzij de natuurlijke, reliëfrijke omgeving zijn er door de eeuwen heen bijzondere woongebieden, zoals de Stichtse Lustwarande en de villaparken ontstaan. De natuur ontleent haar kracht niet alleen aan het bos, maar ook aan de heide, vennen en zandverstuivingen, de open plekken in dat bos. Dit alles maakt de Heuvelrug ook aantrekkelijk voor recreatie. Daarbij gaat het om meer dan wandelen en fietsen. Ook de dag- en verblijfsrecreatie zijn sinds jaar en dag van nature thuis op de Heuvelrug.
De Vinkeveense Plassen zijn de ‘blauwe’ pendant van de Heuvelrug. Hier vinden we – met uitzondering van het beschermde natuurgebied Botshol – een mix van (recreatief) wonen op zuwen, kaden en legakkers, jachthavens en andere recreatieve voorzieningen. Het vormt – samen met de Noord Hollandse Loosdrechtse Plassen - hét waterrecreatiegebied van de Noordvleugel. Het gebied is, net zoals de Heuvelrug, ook van belang voor de natuur. Het grootste gedeelte van de Heuvelrug en van de Vinkeveense Plassen maakt daarom deel uit van de Ecologische Hoofdstructuur.
In beide gebieden zijn natuur en recreatie bij elkaar gebaat. Maar een te grote druk van de recreatie leidt tot verliezen voor de natuur. Andersom krijgen exploitanten van recreatieterreinen en jachthavens te weinig kans om de voor hun economisch perspectief noodzakelijke kwalitatieve verbeteringsslagen te maken. Het feit dat hun terreinen in de Ecologische Hoofdstructuur liggen vormt vaak een blokkade. Daarom zoeken wij in ons beleid een nieuw evenwicht tussen beide functies, vooral door het onderscheid te bevorderen tussen rustige en meer intensief gebruikte zones. Ook bieden wij ruimte voor ontwikkeling om de waarden van de landgoederen binnen de Stichtse Lustwarande in stand te houden.

Kromme Rijngebied
In het Kromme Rijngebied voert de landbouw de boventoon. Veeteelt en fruitteelt wisselen elkaar hier af. Maar het Kromme Rijngebied is ook een van de archeologisch meest rijke gebieden van de provincie. Onder het hedendaagse agrarische landschap gaan veel oudere werelden schuil, waaronder die van de Romeinse tijd met de Limes als belangrijkste structuur. Op het Eiland van Schalkwijk is de Nieuwe Hollandse Waterlinie vernuftig geprojecteerd op en ingebed in het agrarisch landschap. Hier ligt het meest gave ensemble van de linie.
Ons beleid voor het Kromme Rijngebied gebied staat vooral in het teken van het versterken van de landbouwstructuur. Ook willen wij de (latente) cultuurhistorische potenties van het gebied beter benutten en het daarmee nog aantrekkelijker maken voor recreatie en toerisme.

Langbroek en oostrand Noorderpark
Door de vele landgoederen gaan landbouw en natuur in het gebied van Langbroek en aan de oostkant van het Noorderpark zij aan zij. Het kwelwater uit de Heuvelrug dat hier aan het oppervlak komt maakt de gebieden extra waardevol voor de natuur. Het gebied van Langbroek kent bovendien een in Nederland unieke combinatie van buitenplaatsen en landgoederen met bijbehorende bossen en bosschages, binnen de context van een middeleeuwse copeontginning. Door het afwisselend coulisselandschap zijn beide gebieden in trek bij de recreant. Er wordt veel gefietst en gewandeld. Al met al zijn dit de twee gebieden in de provincie waar landbouw, natuur, cultuurhistorie en recreatie het meest hecht met elkaar zijn verweven.
De belangrijkste opgave in ons beleid voor de twee gebieden is het vinden van een goede balans tussen de vier functies. Extra aandacht is nodig voor de economische draagkracht van de landgoederen. Ook daarbij is het zoeken naar de balans, zeker bij landgoederen die in de Ecologische Hoofdstructuur liggen. Wij koersen vooral op het beter benutten van de recreatieve potenties van de landgoederen. Voorwaarde voor het bieden van extra planologische ruimte is dat die potenties worden versterkt, net als de cultuurhistorische en groene kwaliteiten van het gebied.

Geledingszones
De geledingszones in de stadsgewesten Utrecht en Amersfoort zorgen ervoor dat de kernen niet aan elkaar groeien. Daarnaast vormen ze de recreatieve en ecologische schakels tussen de grote steden en de kernen daaromheen met het buitengebied. Veel geledingszones kennen nu al een prachtige mix van functies en kwaliteiten: landbouwgronden, landgoederen zoals Amelisweerd en Coelhorst, forten en liniestructuren, en recent gerealiseerde natuur- en recreatiegebieden. Voorbeelden van dat laatste zijn Nieuw Wulven en Wielrevelt in het stadsgewest Utrecht, en de Schammer en Bloeidaal bij Amersfoort.
In een aantal geledingszones in het stadsgewest Utrecht moeten nog groene componenten aan de mix worden toegevoegd. Daarbij gaat het voornamelijk om voorzieningen voor de recreatie. De plannen daarvoor liggen klaar. Nu er weinig overheidsgeld meer is voor aankoop, inrichting en beheer willen wij in ons beleid, samen met onze gebiedspartners, onderzoeken of er andere mogelijkheden zijn om deze plannen te realiseren en om het beheer te financieren.
Het recreatief functioneren van de geledingszones valt of staat bij goede verbindingen tussen stad en land voor wandelaars en fietsers. Samen met onze partners zetten wij ons in om daar waar zich kansen voordoen deze stad-landverbindingen te verbeteren, bijvoorbeeld bij de planstudies Ring Utrecht en Knooppunt Hoevelaken.

De Vallei
De Vallei is een intrigerende puzzel van agrarische bedrijven, landgoederen en een fijnmazig netwerk van wegen, binnen de natuurlijke context van een stelsel van beken. Lang heeft het microreliëf de (gemengde) agrarische bedrijfsvoering bepaald. Vandaag de dag kent het gebied naast grondgebonden landbouw veel intensieve veehouderij. Bij Leusden en Overberg en in het Binnenveld toont de Vallei zich anders. Hier heeft de inrichting van het gebied een ratio die terug voert op het collectief ontginnen en winnen van veen. De belangrijkste ‘verscholen’ structuren zijn de Grebbelinie en het systeem van gegraven griften, dat deels de grondslag vormt van het latere Valleikanaal. In grote delen van de Vallei is het ooit hechte groene netwerk van houtkades en – wallen en bosschages sterk geërodeerd.
In de Vallei is het de uitdaging om op lokaal niveau nieuwe puzzelstukjes toe te voegen die de functionaliteit én de kwaliteit van het gebied versterken. Dat is een kwestie van maatwerk: vrijkomende agrarische gronden komen zoveel mogelijk ten goede aan grondgebonden bedrijven; vrijkomende agrarische bedrijfspercelen krijgen een passende nieuwe functie en een kwalitatief hoogwaardige inrichting; gebruik makend van rood- en-groen arrangementen worden erven en bossen weer verknoopt op een manier die wezenlijk bijdraagt aan het weer meer robuust maken van het groene netwerk. Wij willen daarbij lessen trekken uit de soms minder geslaagde experimenten uit het recente verleden. Wij willen, samen met de grondeigenaren, op zoek naar constructies die fungeren als iconen voor de toekomst van de Vallei.

Het gebied van de Nederrijn / Lek
Waterveiligheid staat aan de basis van ons beleid voor het gebied van de Lek/Nederrijn. Samen met onze partners van rijk, waterschap en gemeenten werken wij daarom aan het project Ruimte voor de Rivier. Dat project moet zorgen voor toekomstbestendige dijken en voldoende bewegingsruimte voor het wassende water.
De uiterwaarden bieden veel ruimte voor de natuur. Grote delen ervan liggen in de Ecologische Hoofdstructuur. Sommige uiterwaarden hebben een Natura 2000 status. Een aantal plekken is specifiek ingericht voor de (dag)recreatie. Daardoor zijn de contrasten tussen beide functies soms groot. Langs de hele rivier zoeken wij naar kansen voor een meer 'vloeiend' verbond tussen natuur en recreatie, passend bij het landschap van de rivier. Dat dat alleen kan binnen de condities van waterveiligheid en van de Ecologische Hoofdstructuur staat buiten kijf. Meerwaarde voor beide functies zoeken wij vooral in kleinschalige ingrepen.